Helpcentrum
PIN & dienst
Gedeeld of persoonlijk apparaat, wanneer een PIN nodig is en wat die vrijgeeft.
Gedeelde en persoonlijke apparaten
Een gedeeld apparaat staat op de balie en wordt door iedereen gebruikt. Wie iets doet, identificeert zich per actie met de eigen PIN.
Een persoonlijk apparaat hoort bij één medewerker: één keer inloggen, daarna stempelen en inwisselen zonder PIN per actie. Geen van beide verandert iets aan de rol: beheergegevens krijg je alleen via de accountlogin.
Een PIN per actie op een gedeeld apparaat
Onderdelen met persoonsgegevens (je eigen cijfers, je eigen geschiedenis, de klantenlijst) zijn op een gedeeld apparaat vergrendeld tot er een PIN is ingevoerd.
Die vrijgave geldt alleen zolang het onderdeel open is. Verlaat je het, dan geldt de vergrendeling weer. Anders zou de volgende persoon aan de balie zonder eigen PIN de gegevens van de vorige zien. De PIN zelf wordt nooit opgeslagen.
Een verkeerde PIN is iets anders dan onvoldoende rechten
Twee verschillende meldingen, twee verschillende oorzaken. “Verkeerde PIN” betekent: typ hem opnieuw. “Onvoldoende rechten” betekent: de PIN klopte, maar deze rol mag dit niet. Opnieuw typen helpt dan niet.
De klantenlijst, standcorrecties en blokkeren zijn voorbehouden aan eigenaren en managers. Een medewerker komt er ook met een geldige PIN niet bij.
Je eigen PIN wijzigen
In het accountgedeelte wijzig je je PIN in drie stappen: huidige PIN, nieuwe PIN, nieuwe PIN bevestigen. Hij moet uniek zijn binnen de locatie en wordt nooit als leesbare tekst opgeslagen.
Dienst beëindigen
Op een persoonlijk apparaat beëindigt “Uitloggen” de dienst: de koppeling met de medewerker wordt verbroken, maar het apparaat blijft gekoppeld aan de zaak. De volgende persoon logt in met de eigen PIN.