Naar de inhoud

Diese Seite gibt es auch auf Deutsch. Auf Deutsch ansehen

Esta página también está disponible en español. Ver en español

Cette page existe aussi en français. Voir en français

Getoond in de taal die je koos. Auf Deutsch ansehenVer en españolVoir en français

tapja

Gids · Horeca

Klantenbinding in de horeca: wat aan de bar echt werkt

In de horeca staat of valt klantenbinding bij twee dingen: of je de juiste gast beloont, en of je team het noemt op het juiste moment. Deze gids gaat over allebei, voor koffiebars, lunchrooms, restaurants, frituren en snackbars in Nederland en Vlaanderen.

Lunchgasten en weekendgasten zijn twee verschillende zaken

De meeste horecazaken bedienen in werkelijkheid twee bedrijven onder één dak. Het ene draait op frequentie: koffie, lunch, een broodje onderweg, vijf keer per week dezelfde gezichten. Het andere draait op gelegenheid: verjaardagen, zakendiners, een avondje uit, een paar keer per jaar en dan meteen voor een flink bedrag. Wie één programma bedenkt dat voor allebei moet werken, bedenkt meestal iets dat voor geen van beide werkt.

Bij de frequentiegast is sparen logisch. Hij komt vaak genoeg om iets vol te maken, de bedragen liggen dicht bij elkaar, en hij hoeft niet te rekenen: tien koffies, dan een gratis. Bij de gelegenheidsgast is sparen kansloos. Vier bezoeken per jaar betekent een kaart die pas over twee jaar vol is, en niemand onthoudt een doel dat twee jaar ver weg ligt. Wat bij hem wél werkt, is herkenning bij de reservering en een losse aanleiding met een einddatum.

Kies daarom eerst welke van de twee je meer wilt zien, en wees eerlijk over het antwoord. Zit je zaal in het weekend toch al vol, dan is het weekend geen doel maar een randvoorwaarde. Dan gaat je programma over doordeweeks, en dan mag het ook doordeweeks het duidelijkst zijn.

+25% winst

5% meer klantbehoud ging in een analyse van Bain & Company samen met meer dan 25% hogere winst. Financiële dienstverleners, niet de horeca: de richting is bruikbaar, het getal is geen belofte.

Bain & Company / F. Reichheld

De stille dinsdag: waarom korting de verkeerde knop is

Bijna elke zaak heeft een dag die niet loopt. De reflex is korting: 20% op dinsdag, of een tweede gerecht gratis. Dat vult de dinsdag soms inderdaad, maar meestal met gasten die anders op woensdag waren gekomen. Je hebt dan dezelfde mensen bediend voor minder geld, en je hebt ze geleerd dat wachten loont. Dat effect is moeilijk terug te draaien: zodra de korting stopt, stopt de dinsdag ook.

Wat wel werkt, is een reden die alleen op die dag bestaat en die niets met de prijs te maken heeft. Een gerecht dat er alleen dinsdag is. Een extra stempel op de stille dag in plaats van korting op de rekening. Een proeverij, een vaste quiz, een tafel die je op dinsdag zonder reserveren vrijhoudt. Allemaal dingen die je marge kosten in plaats van je omzet, en die je weer kunt stoppen zonder dat er iets afbrokkelt.

En geef mensen een voorsprong. Wie met twee cadeaustempels begint, maakt zijn kaart bijna twee keer zo vaak vol als wie op nul begint, bij precies evenveel aankopen; het onderzoek erachter staat uitgewerkt in de basisgids. Vertaald naar je dinsdag: „deze kaart begint met twee stempels" doet meer dan „vandaag 20% korting", en het kost je minder. Het verschil zit hem erin dat je de lat twee stempels hoger legt en die twee vervolgens weggeeft: de gast doet evenveel bezoeken, maar hij begint niet op nul.

Bijna 2× zo vaak vol

Van de groep die met twee cadeaustempels begon, maakte 34% de kaart vol, tegen 19% zonder voorsprong, bij precies evenveel benodigde aankopen (Nunes & Drèze, 2006).

Nunes & Drèze (2006), Journal of Consumer Research

Wat je op een stille dag wél kunt doen

Dubbel stempelen op de stille dag. Een gerecht of drankje dat er alleen die dag is. Een beloning die alleen doordeweeks inwisselbaar is. Een vast terugkerend moment waar mensen zich op kunnen verheugen. Wat je niet doet: een percentage van de rekening, want dat betaal je in omzet en het verhuist je drukte alleen maar.

Wat je beloont: een gebakje, de koffie, het tweede drankje

De vuistregel is kort: beloon in producten, niet in procenten. Een gebakje van € 2,80 dat je zelf voor ongeveer € 0,80 inkoopt, voelt voor je gast als bijna drie euro cadeau en kost jou tachtig cent. Tien procent van een rekening van € 28 kost je precies € 2,80: echt geld, uit je omzet. Dezelfde gevoelswaarde, ruim drie keer zo duur.

Kies bovendien iets waarvan je genoeg hebt en dat de keuken niet ophoudt. Koffie, thee, een bol ijs, een gebakje uit de vitrine, een extra saus, het tweede drankje bij een gerecht: dat zijn beloningen die je ook op zaterdagmiddag kunt geven zonder dat iemand hoeft te wachten. Een dessert dat twintig minuten kost, is in de spits geen cadeau maar een vertraging, en je team zal het gaan vermijden.

In een frituur of snackbar werkt hetzelfde principe met andere producten: een grote friet met saus kost je vooral aardappel en olie. In een ijssalon is één bolletje in een hoorntje de logische beloning. En in een restaurant is een koffie met iets erbij aan het einde van de maaltijd bijna altijd beter dan geld van de rekening: hij wordt op tafel gezet, iedereen ziet het, en het verlengt het bezoek in plaats van het goedkoper te maken.

  • Koffiebar en lunchroom: De koffie zelf, of bij de tiende een koffie naar keuze met een gebakje. Lage inkoopprijs, hoge gevoelswaarde, en je hoeft er niets extra’s voor in huis te halen.

  • Restaurant: Een dessert of een koffie met iets erbij aan het einde van de maaltijd. Zichtbaar aan tafel, en het houdt de gast langer zitten in plaats van de rekening te verlagen.

  • Frituur of snackbar: Een grote friet met saus bij een bestelling boven een vast bedrag. Een drempelbedrag houdt de kosten in de hand als de bestellingen sterk uiteenlopen.

  • IJssalon: Eén bolletje naar keuze. Houd de kaart kort: zes stempels, geen tien, want het seizoen is korter dan je denkt.

  • Wat je niet beloont: Een percentage van de rekening, een gratis hoofdgerecht in de spits, of iets wat je moet inkopen speciaal voor de beloning.

Hoe je team het noemt zonder opdringerig te zijn

Een programma dat niemand noemt, bestaat niet. Tegelijk is er weinig zo irritant als een medewerker die bij elke bestelling een verkooppraatje afdraait. De oplossing zit niet in meer enthousiasme maar in het moment: het beste moment is terwijl de betaling loopt. De gast staat stil, kijkt toch al naar de balie, en het duurt precies zo lang als de pinautomaat erover doet.

Geef je team daarvoor één zin, geen script. Een zin die uitlegt wat het is en wat het oplevert, zonder vraag om iets te installeren of in te vullen: „We sparen hier voor een gratis koffie, zal ik je kaart aanmaken?" Meer is het niet. Wordt er nee gezegd, dan is het klaar; een tweede poging bij dezelfde gast maakt van een vriendelijke aanbieding een verkoopgesprek.

Zorg dat je team ook zelf begrijpt waarom het er is, anders zakt het weg zodra het druk wordt. Vertel wat het oplevert (vaste gasten zijn de gasten die ze het liefst bedienen) en maak het zichtbaar: hoeveel kaarten er deze week bij kwamen, hoeveel beloningen er zijn weggegeven. Zonder die terugkoppeling is het voor de bar gewoon een extra handeling.

Wat je niet doet: ernaar vragen bij binnenkomst (de gast weet nog niet of hij het naar zijn zin heeft), ernaar vragen als de rij tot de deur staat, of het uitbesteden aan een poster. Een poster vertelt niemand wat er in het voor hém zit. Eén zin van de persoon die zijn koffie aangeeft, wel.

Eén zin, op het juiste moment

Aan de bar (in Vlaanderen: aan de toog), terwijl de betaling loopt: „We sparen hier voor een gratis koffie, zal ik je kaart aanmaken? Je begint meteen met twee stempels." Aan tafel, bij het afrekenen: „We hebben een kaart voor vaste gasten, wil je dat ik hem aanmaak?" Eén keer vragen, nooit twee keer.

Wat je meet, en waarmee je stopt

Drie getallen zijn genoeg. Eén: hoeveel gasten zich per week aanmelden. Dat zegt of je team het noemt. Zakt dit weg, dan ligt het bijna nooit aan de gasten en bijna altijd aan de drukte of aan een wisseling in het team. Twee: hoeveel van die gasten een tweede keer terugkomen. Dat zegt of de beloning aantrekkelijk genoeg is om aan te beginnen. Drie: hoeveel beloningen er daadwerkelijk worden ingewisseld. Dat zegt of de lat op de goede hoogte ligt.

Vergelijk die drie met je eigen lijn van vorige maand, niet met een getal uit een artikel. Benchmarks uit de sector zeggen weinig over jouw zaak: een station-lunchroom en een dorpsrestaurant delen geen enkel ritme. Wat wel iets zegt, is de richting over drie maanden, en of een verandering die je hebt doorgevoerd iets deed.

Stop of stuur bij als het tweede getal laag blijft terwijl het eerste goed is: dan meldt men zich wel aan, maar is de beloning het niet waard. Verlaag de lat of maak de beloning aantrekkelijker. Blijft het derde getal bijna nul, dan ligt de lat te hoog, punt. En als alle drie de getallen goed staan maar je marge zakt, dan beloon je te veel gasten die toch al kwamen; beperk de beloning dan tot je stille uren.

Valkuilen die vooral in de horeca toeslaan

De horeca heeft een paar eigen manieren om een goed programma te laten stranden, en ze hebben allemaal met het tempo van het werk te maken. Het verloop in je team is de eerste: wie het programma heeft bedacht, staat over een halfjaar misschien niet meer achter de bar. Alles wat alleen in iemands hoofd zit, verdwijnt met die persoon. Schrijf de regels daarom op één A4 en hang dat op waar je team het ziet, niet waar de gast het ziet.

De tweede is de spits. Wat op een rustige dinsdag prima werkt, valt op zaterdagavond als eerste weg. Test je beloning daarom altijd op je drukste moment, niet op je rustigste. Duurt het langer dan het aangeven van een kopje koffie, dan is het op termijn geen beloning maar een handeling die iedereen probeert te vermijden.

De derde is het seizoen. Een terras verandert je bezoekritme volledig: wie in juli tien stempels haalt, doet daar in november vier maanden over. Zet de lat daarom op je normale maanden, niet op je beste. En de vierde is regio: een gast in Gent, Antwerpen, Rotterdam of Eindhoven verwacht hetzelfde van je kaart, maar je team noemt het met andere woorden. Spreek in je eigen taal aan de bar: de regels mogen overal hetzelfde zijn, de zin waarmee je ze aanbiedt hoeft dat niet.

  • Je team wisselt en de regels zaten alleen in iemands hoofd. Zet ze op één A4, zichtbaar voor je team.

  • De beloning werkt alleen als het rustig is. Test hem op zaterdagavond, niet op dinsdagochtend.

  • De lat staat op je terrasmaanden. Kies een aantal dat ook in november haalbaar is.

  • Je beloont op je drukste uren. Beperk hem tot de uren die je echt wilt vullen.

Veelgestelde vragen

Wat werkt het best voor klantenbinding in de horeca?
Een beloning in producten die je toch al in huis hebt, gekoppeld aan een aantal bezoeken dat een vaste gast binnen ongeveer twee maanden haalt. Voor koffiebars en lunchrooms is dat meestal acht tot tien bezoeken met een gratis koffie als beloning; voor restaurants werkt een dessert of een koffie met iets erbij beter dan geld van de rekening. Geef bovendien een kleine voorsprong bij de start, dat verhoogt het aantal gasten dat de kaart daadwerkelijk volmaakt.
Moet ik korting geven op een rustige dag?
Liever niet. Korting verplaatst je drukte meestal alleen: je bedient dezelfde gasten voor minder geld en je leert ze om te wachten. Werkt beter: een reden die alleen op die dag bestaat: een gerecht dat er alleen dinsdag is, dubbel stempelen op de stille dag, of een beloning die je alleen doordeweeks kunt inwisselen. Dat kost je marge in plaats van omzet en je kunt ermee stoppen zonder dat er iets afbrokkelt.
Wanneer noemt mijn team de kaart het best?
Terwijl de betaling loopt. De gast staat dan stil, kijkt toch al naar de balie en het kost precies zo lang als de pinautomaat erover doet. Eén zin is genoeg: „We sparen hier voor een gratis koffie, zal ik je kaart aanmaken?" Bij binnenkomst is het te vroeg, in de spits is het storend, en twee keer vragen bij dezelfde gast maakt er een verkoopgesprek van.
Hoe weet ik of het werkt?
Kijk naar drie getallen: hoeveel gasten zich per week aanmelden, hoeveel ervan een tweede keer komen, en hoeveel beloningen er worden ingewisseld. Vergelijk ze met je eigen lijn van vorige maand, niet met een benchmark uit een artikel: een station-lunchroom en een dorpsrestaurant delen geen enkel ritme. Blijft het aantal ingewisselde beloningen bijna nul, dan ligt je lat te hoog.
Werkt dit ook in Vlaanderen?
Ja, de mechaniek is dezelfde en de valkuilen ook. Wat verschilt, zijn de woorden aan de toog en de producten die je weggeeft: in een frituur is een grote friet met saus de logische beloning, in een koffiebar de koffie zelf. Houd de regels overal gelijk en pas alleen de zin aan waarmee je team het aanbiedt.

Bronnen

De cijfers komen uit externe onderzoeken. Ze geven de richting aan, ze zijn geen belofte voor jouw zaak.

  1. Nunes, J. C., & Drèze, X. (2006). The Endowed Progress Effect. Journal of Consumer Research, 32(4), 504-512.
  2. Reichheld, F. (Bain & Company): „Prescription for Cutting Costs": bij financiële dienstverleners gaat 5% meer klantbehoud samen met meer dan 25% hogere winst.

Verder lezen

De kaart die je gasten niet kwijtraken

Karton raakt zoek, en een kaart die je gast niet bij zich heeft kan hij niet volmaken. Met tapja staat de kaart in de Apple Wallet en Google Wallet van je gasten, zonder app voor je gasten. Je team stempelt aan de bar met de app voor je team, of gewoon in de browser.