Naar de inhoud

Diese Seite gibt es auch auf Deutsch. Auf Deutsch ansehen

Esta página también está disponible en español. Ver en español

Cette page existe aussi en français. Voir en français

Getoond in de taal die je koos. Auf Deutsch ansehenVer en españolVoir en français

tapja

Gids · Voorbeelden

Negen voorbeelden van klantenbinding, doorgerekend

Geen lijst met ideeën, maar negen programma’s zoals je ze morgen kunt draaien: wat de klant moet doen, wat hij ervoor krijgt, waarom het in die branche werkt en wat het jou per ronde kost.

Hoe je deze voorbeelden leest

Elk voorbeeld hieronder bestaat uit drie delen: de mechaniek (wat de klant moet doen), de beloning (wat hij ervoor krijgt) en de reden waarom het uitgerekend in die branche werkt. Dat derde deel is het belangrijkste. Een programma dat bij de bakker om de hoek prima loopt, kan in een kapsalon volstrekt zinloos zijn, niet omdat het slecht bedacht is, maar omdat het bezoekritme een ander is.

In de praktijk zijn er drie mechanieken, en ze horen bij drie verschillende bezoekritmes. Stempels: één per bezoek, beloning bij vol; ideaal als mensen vaak komen en steeds ongeveer hetzelfde afrekenen. Punten: een aantal per euro of per behandeling, met meerdere niveaus; ideaal als de bedragen sterk uiteenlopen. En voordelen: een kaart die niets telt maar inwisselbare acties draagt, elk met een eigen looptijd en een limiet per klant; ideaal als er weken of maanden tussen twee bezoeken zitten. Bij tapja heten die drie de stempelkaart, de puntenkaart en de voordeelkaart; daarnaast zijn er de pakketkaart voor vooraf betaalde eenheden (vanaf Vaste stek) en de lidmaatschapskaart voor een club met vaste voordelen (vanaf Vaste stek), die allebei geen bezoeken tellen. Eén punt per bezoek kan in elk abonnement; een hoger abonnement vragen alleen punten per bestede euro (vanaf Vaste stek), meerdere beloningsniveaus (vanaf Vaste stek) en de voordeelkaart (vanaf Vaste stek).

Eén ding zit in bijna alle negen voorbeelden verwerkt: de klant begint niet op nul. Wie met een paar cadeaustempels start, maakt zijn kaart bijna twee keer zo vaak vol als wie op nul begint, bij precies evenveel aankopen; het onderzoek daarachter staat uitgewerkt in de basisgids. Praktisch betekent het: leg de lat twee stempels hoger en geef die twee meteen weg. Het kost je niets extra en het is het goedkoopste onderdeel van elk programma op deze pagina.

Bijna 2× zo vaak vol

Van de groep die met twee cadeaustempels begon, maakte 34% de kaart vol, tegen 19% zonder voorsprong, bij precies evenveel benodigde aankopen (Nunes & Drèze, 2006).

Nunes & Drèze (2006), Journal of Consumer Research

Veel bezoeken, kleine bedragen: koffiebar, bakkerij, ijssalon, frituur

Dit is het makkelijkste terrein. Mensen komen vaak, ze rekenen steeds ongeveer hetzelfde af, en iedereen kent de mechaniek al van het karton dat ooit in zijn jaszak zat. Je hoeft niets uit te leggen, je hoeft alleen de lat op de goede hoogte te zetten en een beloning te kiezen die je uit je eigen vitrine kunt pakken.

De verleiding is om de lat hoog te leggen omdat de beloning „anders te duur wordt". Dat is bijna altijd verkeerd gerekend, en je kunt het narekenen in weken. Tien stempels bij iemand die twee keer per week komt, is vijf weken. Bij iemand die één keer per twee weken komt, zijn dezelfde tien stempels bijna vijf maanden, en dat haalt niemand. Eerst het bezoekritme, dan pas het aantal.

Let bij de bakkerij en de frituur op de bedragen: daar loopt één broodje naast een volle bestelling voor het hele gezin. Een drempelbedrag per stempel maakt het eerlijk zonder dat je hoeft te gaan rekenen aan de balie.

  • Koffiebar: 10 stempels, de volgende koffie gratis: Mechaniek: één stempel per koffie, twee stempels cadeau bij het aanmaken van de kaart. Beloning: een koffie naar keuze. Waarom het werkt: de frequentie is hoog, de inkoopprijs is laag (bonen, melk, beker samen rond de vijftig cent) en niemand hoeft uitleg. Er staan na het aanmaken nog acht bezoeken open; bij twee per week is de kaart in vier weken vol, precies kort genoeg om eraan te blijven denken.

  • Bakkerij: 8 stempels vanaf € 5, dan een gebakje: Mechaniek: één stempel per bezoek vanaf een bestedingsbedrag van € 5. Beloning: een gebakje of drie broodjes naar keuze. Waarom het werkt: het drempelbedrag houdt de kosten in de hand als de bestellingen sterk uiteenlopen, en de beloning komt uit de vitrine die ’s middags toch leeg moet.

  • IJssalon: 6 stempels, dan een bolletje: Mechaniek: één stempel per bezoek, zes stempels. Beloning: één bolletje naar keuze in een hoorntje. Waarom het werkt: het seizoen is korter dan je denkt. Tien stempels haalt niemand in een natte zomer, zes wel, en een volle kaart in augustus is een reden om in september nog een keer langs te komen.

  • Frituur of snackbar: 8 stempels vanaf € 10, dan een grote friet: Mechaniek: één stempel per bestelling boven € 10, acht stempels. Beloning: een grote friet met saus. Waarom het werkt: de bestellingen lopen van één snack tot een hele gezinsbestelling, dus een drempelbedrag is eerlijker dan één stempel per bon. De beloning kost je vooral aardappel en olie.

Wisselende bedragen: restaurant en winkel

Zodra de bedragen sterk uiteenlopen, wordt een stempel per bezoek oneerlijk in twee richtingen tegelijk. De gast die voor € 12 luncht krijgt evenveel als de gast die voor € 90 dineert, en dat merken ze allebei. Punten lossen dat op: wie meer besteedt, spaart sneller, en jij kunt meerdere niveaus aanbieden in plaats van één beloning die voor iedereen hetzelfde moet zijn.

Zet de niveaus zo dat het eerste snel haalbaar is en het laatste iets is om naartoe te werken. Het eerste niveau bewijst dat het programma echt bestaat: wie nooit iets krijgt, gelooft er na drie maanden niet meer in. Het laatste niveau hoeft bijna niemand te halen; het is er om te laten zien dat er nog iets boven zit.

En niet elk niveau hoeft geld te kosten. Een dag eerder bij de uitverkoop, een vaste plek aan het raam, een product dat je eerst aan vaste klanten aanbiedt: dat voelt als status en kost je niets. In een winkel is dat vaak het sterkste niveau van allemaal.

  • Restaurant: punten per euro, drie niveaus: Mechaniek: 1 punt per bestede euro, punten blijven staan over meerdere bezoeken. Beloning: 150 punten = een dessert of een koffie met iets erbij, 400 punten = een voorgerecht of een fles huiswijn op tafel, 800 punten = een driegangenmenu voor twee. Waarom het werkt: rekeningen van € 12 tot € 120 passen in dezelfde kaart, de niveaus houden ook de gast in beeld die vier keer per jaar komt, en alle drie zijn ze een gerecht, geen bedrag van de rekening, dus je betaalt ze in inkoopprijs.

  • Winkel: 2 punten per euro, waarvan één niveau zonder korting: Mechaniek: 2 punten per bestede euro. Beloning: 200 punten = € 5 van je vólgende aankoop, 800 punten = een dag eerder toegang tot de sale, 2.000 punten = een persoonlijk cadeau bij een volgend bezoek. Waarom het werkt: het middelste niveau kost je niets en is toch het meest gewilde, omdat het voelt als voorrang in plaats van als korting. Het eerste niveau kost je wél echt geld (€ 5 op € 100 besteding), maar het wordt pas bij een vólgend bezoek verzilverd, en dat bezoek levert vrijwel altijd meer op dan die vijf euro.

Weinig bezoeken, hogere bedragen: kapsalon, nagelsalon, schoonheidssalon

Hier gaat het bij de meeste zaken mis, en altijd op dezelfde manier: er wordt een stempelkaart gemaakt die vol is na tien knipbeurten. Tussen twee knipbeurten zitten zes tot acht weken, dus die kaart is ruim een jaar onderweg. Niemand houdt een doel van een jaar in zijn hoofd, en de kaart wordt na drie bezoeken vergeten.

Twee dingen werken hier wel. Het eerste is een korte kaart: vijf stempels in plaats van tien, zodat de beloning binnen een halfjaar in zicht komt. Het tweede, en bij lage frequentie meestal het betere, is een kaart die helemaal niet telt en in plaats daarvan losse voordelen draagt. Elk voordeel loopt een paar weken, geldt één keer per klant en geeft iemand een reden om nú te bellen in plaats van over een maand.

Die tweede vorm heeft nog een voordeel dat je in salons goed kunt gebruiken: je kunt hem op je rustige weken richten. Een actie die in de drukke decemberweken niet geldt maar in de lege weken van januari wel, vult precies de stoelen die anders leeg blijven, en daar is de rekensom een heel andere dan bij een beloning die je op je drukste dag weggeeft.

  • Kapsalon: drie voordelen per kwartaal (vanaf Vaste stek): Mechaniek: geen tellen. Drie voordelen per kwartaal, elk één keer per klant, elk met een eigen looptijd: 20% op een kleuring in de rustige weken, een gratis föhnbehandeling bij je volgende afspraak, 2-voor-1 op dinsdag. Waarom het werkt: tussen twee knipbeurten zitten zes tot acht weken, dus een reden om nú te bellen doet meer dan een kaart die pas over een jaar vol is.

  • Nagelsalon: 5 stempels, dan een gratis kleurwissel: Mechaniek: één stempel per behandeling, vijf stempels, één cadeau bij het aanmaken. Beloning: een gratis kleurwissel of nagelversteviging. Waarom het werkt: klanten komen elke drie tot vier weken, dus met dat cadeaustempel staan er nog vier bezoeken open, dus drie tot vier maanden. Nét haalbaar; tien stempels zou ruim een halfjaar zijn, en dat haalt niemand.

  • Schoonheidssalon: 10 punten per behandeling, drie niveaus: Mechaniek: 10 punten per behandeling, ongeacht de prijs. Beloning: 30 punten = wenkbrauwen bijwerken, 60 punten = 20% op een behandeling naar keuze, 100 punten = een verzorgingsproduct uit je eigen assortiment. Waarom het werkt: behandelingen verschillen sterk in prijs en duur, en punten per behandeling houden het uitlegbaar zonder dat je per euro moet gaan rekenen.

Wat elk voorbeeld je kost: twee sommen

Neem geen voorbeeld over zonder het één keer met je eigen inkoopprijzen door te rekenen. Het verschil tussen een programma dat je jaren volhoudt en een programma dat je na twee maanden stiekem begint te ontmoedigen, zit bijna altijd in deze som. De vraag is niet „wat is de beloning waard", maar „wat kost de beloning mij, en over hoeveel omzet".

Neem de bakkerij hierboven. Aannames: een gebakje kost € 2,80 in de verkoop en ongeveer € 0,80 aan inkoop, de kaart vraagt acht bezoeken met minimaal € 5 besteding. Een volle ronde levert dus minstens € 40 omzet op en kost je € 0,80, 2% van die ronde. Ter vergelijking: 5% korting op elke bon zou je over diezelfde € 40 precies € 2 kosten, en dat bij álle klanten, ook bij de klanten die toch al elke ochtend langskwamen.

Het kapsalon-voorbeeld rekent anders, en dat is geen probleem zolang je het weet. 20% korting op een kleuring van € 65 is € 13: echt geld, geen restje marge. Die som klopt alleen als de stoel anders leeg was gebleven: dan is het geen verlies van € 13 maar € 52 extra omzet op een uur dat je toch had betaald. Beperk zo’n voordeel daarom altijd tot je rustige weken en tot één keer per klant. Zet je hem op zaterdag, dan geef je € 13 weg aan iemand die er toch wel zat.

Zet die bedragen ten slotte naast wat de andere kant kost. Volgens Harvard Business Review is een nieuwe klant werven vijf tot vijfentwintig keer duurder dan een bestaande vasthouden, een getal uit ander onderzoek en andere markten, dat een richting aanwijst en geen belofte is voor jouw zaak. Maar tachtig cent per volle ronde staat er hoe dan ook gunstig tegenover, en dat cijfer is wél van jou.

5 tot 25 keer

Zoveel duurder is het werven van een nieuwe klant dan het behouden van een bestaande, aldus Harvard Business Review.

Harvard Business Review

De vraag die je vooraf beantwoordt

Wat kost deze beloning mij aan inkoop, over hoeveel omzet, en kan ik hem geven op mijn drukste moment zonder dat er iemand staat te wachten? Kun je die drie niet in één zin beantwoorden, dan is het voorbeeld nog niet af.

Wat je beter niet kopieert

De voorbeelden hierboven zijn bedoeld om aan te passen, niet om over te nemen. Er zijn drie bronnen waar kopiëren bijna altijd misgaat, en het is de moeite waard om ze te herkennen voordat je begint.

De eerste is de grote keten. Een supermarkt of een tankstation kan een programma draaien met tientallen niveaus, wisselende acties en een eigen seizoenskalender, omdat daar een afdeling op zit. Jij hebt die afdeling niet, en je team ook niet. Eén mechaniek en één beloning die iedereen uit zijn hoofd kent, doet in een kleine zaak meer dan een fijnmazig systeem dat na twee maanden niemand meer helemaal begrijpt.

De tweede is de zaak om de hoek. Dat hij daar loopt, zegt niets over jouw bezoekritme, je marges of je piekuren. Vraag altijd door op het derde deel van elk voorbeeld (waaróm werkt het daar?) en kijk of die reden bij jou ook geldt. De derde is je eigen enthousiasme in week één: drie niveaus, een actie en een verjaardagscadeau tegelijk lanceren, is de snelste manier om een programma te krijgen dat niemand kan uitleggen. Begin met één ding, draai het drie maanden, en bouw pas daarna uit.

  • Niet het programma van een keten kopiëren: die heeft een afdeling voor het onderhoud, jij hebt een zaterdag.

  • Niet klakkeloos de buurman kopiëren zonder te checken of zijn bezoekritme op het jouwe lijkt.

  • Niet met drie niveaus tegelijk beginnen. Eén mechaniek, één beloning, drie maanden.

Veelgestelde vragen

Wat is een goed voorbeeld van klantenbinding voor een koffiebar?
Tien stempels met de volgende koffie gratis, waarbij de klant bij het aanmaken van de kaart al twee stempels cadeau krijgt. Er staan dan nog acht bezoeken open: bij twee bezoeken per week is de kaart in vier weken vol. De beloning kost je ongeveer vijftig cent aan inkoop, en je hoeft de mechaniek aan niemand uit te leggen.
Wat werkt er in een kapsalon, waar mensen maar zes keer per jaar komen?
Sparen niet: een kaart van tien knipbeurten is ruim een jaar onderweg en wordt vergeten. Beter is een kaart die niets telt maar losse voordelen draagt, bijvoorbeeld drie per kwartaal, elk één keer per klant en elk met een eigen looptijd. Richt ze op je rustige weken, dan vullen ze stoelen die anders leeg waren gebleven. Bij tapja heet dat de voordeelkaart (vanaf Vaste stek).
Wanneer kies ik punten in plaats van stempels?
Zodra de bedragen sterk uiteenlopen. Een stempel per bezoek geeft de gast die voor € 12 luncht evenveel als de gast die voor € 90 dineert, en dat merken ze allebei. Met punten per euro spaart wie meer besteedt ook sneller, en kun je meerdere beloningsniveaus aanbieden in plaats van één beloning die voor iedereen hetzelfde moet zijn.
Moet een beloning altijd geld kosten?
Nee, en de beste niveaus kosten vaak niets. Een dag eerder toegang tot de sale, een vaste plek aan het raam, een nieuw product dat je eerst aan vaste klanten aanbiedt: dat voelt als voorrang in plaats van als korting, en je omzet merkt er niets van. In winkels is zo’n niveau geregeld het meest gewilde van allemaal.
Hoeveel kost zo’n programma mij per klant?
Dat hangt volledig af van je inkoopprijs en van hoeveel bezoeken een volle ronde vraagt. Reken het één keer door: bij een bakkerij met acht bezoeken vanaf € 5 en een gebakje van € 0,80 inkoop kost een volle ronde je ongeveer 2% van de omzet van die ronde. Hetzelfde geld als korting over de hele bon uitsmeren, kost je in dat voorbeeld ruim het dubbele.

Bronnen

De cijfers komen uit externe onderzoeken. Ze geven de richting aan, ze zijn geen belofte voor jouw zaak.

  1. Nunes, J. C., & Drèze, X. (2006). The Endowed Progress Effect. Journal of Consumer Research, 32(4), 504-512.
  2. Gallo, A. (2014): „The Value of Keeping the Right Customers", Harvard Business Review: kosten van werven tegenover kosten van behouden.

Verder lezen

Je voorbeeld gekozen? Dan is de rest een kwartiertje.

Met tapja zet je het programma van hierboven op in ongeveer tien minuten: kaart ontwerpen, QR-code neerzetten, beginnen. De kaart komt in de Apple Wallet en Google Wallet van je klanten, zonder app voor je klanten, en tot 30 kaarten kost het niets.